Aanleren aanval (rechtshandigen)

 

  1. Voetenstand: de rechtervoet achter en in aanvalsrichting / linkervoet onder 45º naar rechts.
  2. Speler moet met twee handen de bal opgooien: linkerhand wijst de bal na / rechterhand ontspannen naar achteren bij het oor en elleboog hoog / slagschouder van het net af.
  3. Slaan van de bal hoog boven en iets voor het hoofd met veel polsactie (niet fixeren) / rotatie met de romp (geen spanboog) / goed doorzwaaien van de slagarm.
  4. 1 t/m 3 sprong bij het net (dat iets lager hangt).
  5. Aangooi door andere speler of docent en slaan uit sprong (opgooi 2 - 3 meter vlak voor degene die aangooit).
  6. Idem, maar nu met aanlooppas, afzet en sprong onder een hoek van 45º t.o.v. het net:
    • voorlaatste pas met rechtervoet in aanlooprichting (= in dit geval 45º t.o.v. het net)
    • laatste pas met linkervoet onder 45º t.o.v. aanlooprichting (= in dit geval evenwijdig aan het net)
(Zie Figuur 24 t/m 29)

 

Accenten

  • Laatste twee passen: rechtervoet in aanlooprichting / linkervoet onder 45º
  • Daardoor slagschouder van het net afdraaien
  • Pijl en boog - armenactie vlak voor de slag (wijzen met linkerhand en rechterhand naar achteren)
  • Open- en terugdraaien van de romp
  • Hoog balcontact met een losse pols